1 jun 2026

En juist dat vind ik zo mooi aan Handelingen

Die man in Handelingen 3 werd elke dag naar de poort van de tempel gedragen. Elke dag zat hij daar. En toen, opeens, stond hij. Zijn voeten en enkels werden sterk, staat er.

Hij liep
Hij sprong
Hij prees God.

Dit hier in Handelingen 3 is niet zomaar een genezingsverhaal. Het klinkt als een echo van Jesaja 35: “Dan zal de kreupele springen als een hert.”

Petrus legt uit wat er gebeurt. Hij spreekt over bekering, over tijden van verkwikking, over de Messias, en over de wederoprichting van alle dingen... alles waarover God vanouds gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten.

In oude Joodse lezingen werd Jesaja 35 niet alleen verstaan als een beeld van persoonlijke genezing, maar ook als een visioen van herstel: Israël dat wordt opgericht, ogen die geopend worden, oren die de woorden van de profeten horen, ballingen die terugkeren naar Sion.

Dat maakt de genezen man natuurlijk geen allegorie ofzo. Hij is echt mens. Iemand van vlees en bloed, met voeten die hem nooit konden dragen gedragen... en die nu de tempel binnenging

Maar tegelijk wordt hij een teken.

In Handelingen 4 staat hij daar nog steeds, voor het Sanhedrin. Ze kunnen redetwisten over de Naam van Jezus. Ze kunnen proberen de apostelen het zwijgen op te leggen. Maar ze kunnen die man niet wegredeneren.

Hij staat daar.

Een levend getuigenis.
Een glimp van herstel.
Een kleine schittering van een veel groter geheel.

En juist dat vind ik zo mooi aan Handelingen. Het zijn geen losse verhalen, geen toevallige wonderen. Steeds weer zie je hoe de God van Israël Zijn beloften verder uitvouwt... in de Messias, door de Geest, midden in Jeruzalem, en van daaruit naar de volken.

30 mei 2026

Handelingen en de gebeden van Israël

Ik ben nog steeds bezig met Handelingen. Wat een rijk boek is dat. Deze week kwam ik niet toe aan een uitgebreide woordstudie, maar ik kan wel iets delen dat ik op 26 mei al in het Engels op Instagram zette. 

Wat mij raakte, is hoe diep de eerste discipelen nog geworteld waren in Jeruzalem en verbonden bleven met de tempel.

Lukas schrijft dat zij volhardden in “de gebeden”... in het Grieks: taîs proseuchaîs (ταῖς προσευχαῖς). Dat is meer dan alleen een algemene opmerking dat zij baden. In de context van Handelingen klinkt daarin iets mee van het bestaande gebedsleven van Israël.

Ook na Jezus’ hemelvaart stonden zij niet los van de tempel. Op de Pinksterdag klinkt Petrus’ uitleg al vroeg in de morgen; hij zegt immers dat het nog maar het derde uur van de dag is. En later, in Handelingen 3, zien we Petrus en Johannes opgaan naar de tempel, op het uur van het gebed.

Daniël opende ooit zijn vensters naar Jeruzalem om te bidden. Maar hier zijn de discipelen werkelijk dáár: in Jeruzalem, bij de tempel, en zij voegen zich in de gebeden van Israël tot de God van Israël.

De Messias is gekomen.
De Geest is uitgestort.
En toch blijven zij volharden in de gebeden.

Maar tegelijk gaan de woorden van Jezus tot de Samaritaanse vrouw steeds dieper oplichten: de aanbidding zou niet voorgoed gebonden blijven aan deze berg of aan Jeruzalem alleen. De Vader zoekt aanbidders die Hem aanbidden in geest en waarheid.

Dat is geen losraken van Israël.
Het is de beweging van Gods belofte: vanuit Israël naar de volken.

En dat is nog steeds onze hoop.

De wortels blijven in Israël.
De roeping beweegt zich verder naar buiten.
En de Vader zoekt nog steeds aanbidders —
ook hier, ook nu.

Want vanwaar de zon opgaat tot waar zij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de volken. Op elke plaats zal aan Mijn Naam reukwerk worden gebracht en een rein offer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de volken, zegt de HEERE van de legermachten.
Maleachi 1:11

---

Geschreven op 26 mei... op de dag waarop deze woorden mij opnieuw lieten zien hoe Gods gebedshuis in Jeruzalem nooit bedoeld was als eindpunt, maar als beginpunt van een aanbidding die de volken zou bereiken.

25 mei 2026

Duolingo en het taalwonder van Pinksteren

Ik leer talen met Duolingo. Dat gaat niet zo snel want ik vergeet vaak om te oefenen. En de uitspraak krijg ik niet onder de knie 😄

Maar in Handelingen 2 gebeurt er iets met taal
dat van een totaal andere orde is.
 

Jeruzalem is vol. Het is Sjavoeot, het Wekenfeest... één van de drie grote pelgrimsfeesten van Israël. Joden uit allerlei landen zijn naar de stad gekomen. Mensen uit de diaspora, die allang niet meer allemaal dezelfde moedertaal spreken.

Stel je dat eens voor.

Een volle stad.
Feest in Jeruzalem.
Joden uit alle windstreken.
Verschillende landen.
Verschillende talen.

En precies op dat moment stort God Zijn Geest uit.

Dat vind ik zo bijzonder.

Het gebeurt niet ergens achteraf maar midden in Jeruzalem, midden op een feest dat God Zelf aan Israël had gegeven, terwijl Joden uit de verstrooiing daar bijeen waren. En dan horen zij de grote werken van God... ieder in zijn eigen taal. Echte talen. Verstaanbare woorden.

En als je van nu naar toen kijkt, betekent dat wat daar gebeurde meteen mee terug kan reizen naar al die plaatsen waar zij vandaan kwamen. Naar de gemeenschappen waar zij deel van uitmaken.

God begint niet zomaar ergens. Hij begon daar: in Jeruzalem, bij Zijn volk, op Zijn feest, op Zijn tijd. Dat maakt Pinksteren voor mij zoveel rijker. Het is niet alleen een bijzonder moment. Het is ook Gods perfecte timing.

En mijn Duolingo 😄

Ik blijf oefenen. Engels en Frans. 
Franse uitspraak is makkie.
Engels niet.

---

Op de foto: mijn reuzenzonnebloemen 🌻
Nu nog heel bescheiden in een potje… maar straks hopelijk echte reuzen!